STRETCHEN EN LOPEN: DO OR DON’T

IT'S ALL ABOUT THE HIP

Stretching en lopen, iedere loper heeft er zijn mening over. Maar vaak is deze mening van horen zeggen en dus niet wetenschappelijk onderbouwd. Lopers stretchen vaak met het idee dat ze zo de kans op blessures verkleinen. Of dat ze hun spieren warm maken ter voorbereiding op hun loopsessie. Maar klopt dat allemaal wel?

Hoe stretch je het best en op welk moment van je training? En wat is het effect van stretching op onze loopprestaties?
In dit artikel proberen we het antwoord te vinden op beide vragen.

Statisch vs. dynamisch stretchen

Als we een spier gaan stretchen, dan worden de spiervezels in de lengterichting uit elkaar getrokken. Dat kan je doen op twee verschillende manieren: statisch of dynamisch.

Bij het statisch stretchen houdt de loper een bepaalde houding constant aan. Zo blijft er een constante rek op de spier gedurende een bepaalde tijdspanne. Bij een dynamische stretch blijft de loper constant in beweging. Op deze manier gaan de spieren wisselend oprekken en ontspannen. Deze twee vormen hebben uiteenlopende effecten op onze spieren en dus ook op onze prestaties.

Voordelen stretchen

Effect statisch stretchen: Statisch rekken heeft een positief effect op lichaamshouding en flexibiliteit. Maar statisch rekken voor je training is niet verstandig. Literatuur toont namelijk aan dat statisch rekken leidt tot een tijdelijk krachtsverlies, wat een rechtstreeks negatief effect heeft op je loopprestaties. Het krachtverlies zorgt voor een hogere energieconsumptie tijdens het lopen. En dus een daling van je uithoudingsvermogen en loopefficiëntie als loper, twee twee belangrijke zaken als loper. Statisch stretchen is dus een goede optie als je je spier flexibeler wil maken of wil werken aan je algemene houding. Doe het echter NOOIT voor je looptraining, maar eerder na je prestatie of op rustdagen.

Effect dynamisch stretchen: Dynamisch rekken creëert geen krachtsverlies voor een inspanning. Er is zelfs bewijs dat dynamisch stretchen voor een looptraining de prestatie verbetert. Dynamisch stretchen zou namelijk een positief effect hebben op de stretch shortening cycle. Een betere cycle betekent dat een spier vanuit een uitgerekte vorm sneller en krachtiger kan verkorten. Hierdoor verbruik je als loper minder energie. Harde bewijzen uit wetenschappelijk onderzoek ontbreken nog, maar tot op heden wijst alle onderzoek wel in deze richting.
Dynamisch rek creëert ook positieve respons naar ons neuromusculair systeem. Het gevolg? Een betere krachtsetting en optimalisatie van ons bewegingspatroon.

Conclusie

Na je loopsessie mag je stretchen zoveel je wilt. Voor het lopen doe je dit beter niet, tenzij het op een dynamische manier is. Want statisch stretchen zal leiden tot prestatieverlies tijdens het lopen.
En wat dan met stretchen om blessures te vermijden? Voorlopig is dit nog niet bevestigd door wetenschappelijk onderzoek. Blessures voorkomen is echt zeker mogelijk mits een kwalitatieve screening en begeleiding. Interesse? Contacteer mij gerust voor meer info.

Referenties
1. Arampatzis, A, De Monte, G, Karamanidis, K, Morey-Klapsing, G, Stafilidis, S, and Bruggemann, GP. Influence of the muscle-tendon unit’s mechanical and morphological properties on running economy. J Exp Biol 209: 3345–3357, 2006.
2. Armstrong, LE, Whittlesey, MJ, Casa, DJ, Elliott, TA, Kavouras, SA, Keith, NR, and Maresh, CM. No effect of 5% hypohydration on running economy of competitive runners at 23 degrees C. Med Sci Sports Exerc 38: 1762–1769, 2006.
3. Bacurau, RF, Monteiro, GA, Ugrinowitsch, C, Tricoli, V, Cabral, LF, and Aoki, MS. Acute effect of a ballistic and a static stretching exercise bout on flexibility and maximal strength. J Strength Cond Res 23: 304–308, 2009.
4. Beaudoin, CM and Whatley Blum, J. Flexibility and running economy in female collegiate track athletes. J Sports Med Phys Fitness 45: 295–300, 2005.
5. Conley, DL and Krahenbuhl, GS. Running economy and distance running performance of highly trained athletes. Med Sci Sports Exerc 12: 357–360, 1980.
6. Cramer, JT, Housh, TJ, Weir, JP, Johnson, GO, Coburn, JW, and Beck, TW. The acute effects of static stretching on peak torque, mean power output, electromyography , and mechanomyography. Eur J Appl Physiol 93: 530–539, 2005.
7. Wilson, JM Hornbuckle, LM, Kim, J-S, Ugrinowitsch, C, Lee, S-R, Zourdos, MC, Sommer and Pantron, LB. Effects of static stretching on energy cost and running endurance performance. J strength Cond Res 24(9): 2274-2279, 2010.

Stretchen en lopen: do or don’t?

Stretching en lopen, iedere loper heeft er zijn mening over. Maar vaak is deze mening van horen zeggen en dus niet wetenschappelijk onderbouwd. Lopers stretchen vaak met het idee dat ze zo de kans op blessures verkleinen. Of dat ze hun spieren warm maken ter voorbereiding op hun loopsessie. Maar klopt dat allemaal wel?

Hoe stretch je het best en op welk moment van je training? En wat is het effect van stretching op onze loopprestaties?
In dit artikel proberen we het antwoord te vinden op beide vragen.

Statisch vs. dynamisch stretchen

Als we een spier gaan stretchen, dan worden de spiervezels in de lengterichting uit elkaar getrokken. Dat kan je doen op twee verschillende manieren: statisch of dynamisch.

Bij het statisch stretchen houdt de loper een bepaalde houding constant aan. Zo blijft er een constante rek op de spier gedurende een bepaalde tijdspanne. Bij een dynamische stretch blijft de loper constant in beweging. Op deze manier gaan de spieren wisselend oprekken en ontspannen. Deze twee vormen hebben uiteenlopende effecten op onze spieren en dus ook op onze prestaties.

Voordelen stretchen

Effect statisch stretchen: Statisch rekken heeft een positief effect op lichaamshouding en flexibiliteit. Maar statisch rekken voor je training is niet verstandig. Literatuur toont namelijk aan dat statisch rekken leidt tot een tijdelijk krachtsverlies, wat een rechtstreeks negatief effect heeft op je loopprestaties. Het krachtverlies zorgt voor een hogere energieconsumptie tijdens het lopen. En dus een daling van je uithoudingsvermogen en loopefficiëntie als loper, twee twee belangrijke zaken als loper. Statisch stretchen is dus een goede optie als je je spier flexibeler wil maken of wil werken aan je algemene houding. Doe het echter NOOIT voor je looptraining, maar eerder na je prestatie of op rustdagen.

Effect dynamisch stretchen: Dynamisch rekken creëert geen krachtsverlies voor een inspanning. Er is zelfs bewijs dat dynamisch stretchen voor een looptraining de prestatie verbetert. Dynamisch stretchen zou namelijk een positief effect hebben op de stretch shortening cycle. Een betere cycle betekent dat een spier vanuit een uitgerekte vorm sneller en krachtiger kan verkorten. Hierdoor verbruik je als loper minder energie. Harde bewijzen uit wetenschappelijk onderzoek ontbreken nog, maar tot op heden wijst alle onderzoek wel in deze richting.
Dynamisch rek creëert ook positieve respons naar ons neuromusculair systeem. Het gevolg? Een betere krachtsetting en optimalisatie van ons bewegingspatroon.

Conclusie

Na je loopsessie mag je stretchen zoveel je wilt. Voor het lopen doe je dit beter niet, tenzij het op een dynamische manier is. Want statisch stretchen zal leiden tot prestatieverlies tijdens het lopen.
En wat dan met stretchen om blessures te vermijden? Voorlopig is dit nog niet bevestigd door wetenschappelijk onderzoek. Blessures voorkomen is echt zeker mogelijk mits een kwalitatieve screening en begeleiding. Interesse? Contacteer mij gerust voor meer info.

Referenties
1. Arampatzis, A, De Monte, G, Karamanidis, K, Morey-Klapsing, G, Stafilidis, S, and Bruggemann, GP. Influence of the muscle-tendon unit’s mechanical and morphological properties on running economy. J Exp Biol 209: 3345–3357, 2006.
2. Armstrong, LE, Whittlesey, MJ, Casa, DJ, Elliott, TA, Kavouras, SA, Keith, NR, and Maresh, CM. No effect of 5% hypohydration on running economy of competitive runners at 23 degrees C. Med Sci Sports Exerc 38: 1762–1769, 2006.
3. Bacurau, RF, Monteiro, GA, Ugrinowitsch, C, Tricoli, V, Cabral, LF, and Aoki, MS. Acute effect of a ballistic and a static stretching exercise bout on flexibility and maximal strength. J Strength Cond Res 23: 304–308, 2009.
4. Beaudoin, CM and Whatley Blum, J. Flexibility and running economy in female collegiate track athletes. J Sports Med Phys Fitness 45: 295–300, 2005.
5. Conley, DL and Krahenbuhl, GS. Running economy and distance running performance of highly trained athletes. Med Sci Sports Exerc 12: 357–360, 1980.
6. Cramer, JT, Housh, TJ, Weir, JP, Johnson, GO, Coburn, JW, and Beck, TW. The acute effects of static stretching on peak torque, mean power output, electromyography , and mechanomyography. Eur J Appl Physiol 93: 530–539, 2005.
7. Wilson, JM Hornbuckle, LM, Kim, J-S, Ugrinowitsch, C, Lee, S-R, Zourdos, MC, Sommer and Pantron, LB. Effects of static stretching on energy cost and running endurance performance. J strength Cond Res 24(9): 2274-2279, 2010.

IT’S ALL ABOUT THE HIP

IT'S ALL ABOUT THE HIP

 

Heupstabiliteit tijdens het lopen is van cruciaal belang. Zeker op het moment van unipodale steun in het looppatroon.

Een loper die denkt aan heupstabiliteit, denkt automatisch aan gluteus medius oefeningen. Deze belangrijke spier creëert stabiliteit ter hoogte van de heup en bekken. De gluteus doet dit door een sterk abductie moment te creëren in de heup. Deze actie zorgt ervoor dat je knie geen binnenwaartse rotatie maakt. En voor een mooi alignement van de knie. Op deze manier kunnen we de heup en knie correct gaan belasten tijdens onze loopsessies.

De adductoren zijn de tegenpolen van de gluteus groep. Deze bevinden zich aan de binnenkant van het bovenbeen. En hebben als functie de knie naar binnen te bewegen.

Kort samengevat kunnen we dus stellen dat de gluteus medius en adductoren een tegengestelde functie hebben.

Veel beginnende lopers moeten hun loopactiviteiten staken omwille van overbelastingsletsels ter hoogte van de knie. Eén van de oorzaken kan een dysbalans zijn tussen de gluteus medius (slechte activatie) en adductoren (verkorting).

Deze problematiek is één van zovele disbalansen die kunnen optreden en klachten kunnen veroorzaken tijdens het lopen. Vandaar het belang van een preventieve loopanalyse en biomechanische screening. Dergelijke problemen zijn namelijk eenvoudig op te sporen en te behandelen.

IT'S ALL ABOUT THE HIP

 

Heupstabiliteit tijdens het lopen is van cruciaal belang. Zeker op het moment van unipodale steun in het looppatroon.

Een loper die denkt aan heupstabiliteit, denkt automatisch aan gluteus medius oefeningen. Deze belangrijke spier creëert stabiliteit ter hoogte van de heup en bekken. De gluteus doet dit door een sterk abductie moment te creëren in de heup. Deze actie zorgt ervoor dat je knie geen binnenwaartse rotatie maakt. En voor een mooi alignement van de knie. Op deze manier kunnen we de heup en knie correct gaan belasten tijdens onze loopsessies.

De adductoren zijn de tegenpolen van de gluteus groep. Deze bevinden zich aan de binnenkant van het bovenbeen. En hebben als functie de knie naar binnen te bewegen.

Kort samengevat kunnen we dus stellen dat de gluteus medius en adductoren een tegengestelde functie hebben.

Veel beginnende lopers moeten hun loopactiviteiten staken omwille van overbelastingsletsels ter hoogte van de knie. Eén van de oorzaken kan een dysbalans zijn tussen de gluteus medius (slechte activatie) en adductoren (verkorting).

Deze problematiek is één van zovele disbalansen die kunnen optreden en klachten kunnen veroorzaken tijdens het lopen. Vandaar het belang van een preventieve loopanalyse en biomechanische screening. Dergelijke problemen zijn namelijk eenvoudig op te sporen en te behandelen.

LOPEN OP VERMOGEN

LOPEN OP VERMOGEN

Trainen op basis van je vermogen. Wat is het? En Waarom zo je dit willen toepassen? In het wielrennen zijn vermogensmeters algemeen gekend en worden ze al enige tijd gehanteerd.
Ook in de loopsport worden deze meters meer en meer gebruikt. Het is een hulpmiddel die je tal van voordelen oplevert. Het zorgt voor kwalitatievere trainingen, helpt je beter presteren en biedt een correcte analyse van je loopsessie.


WAT IS VERMOGEN?

Om jezelf voort te bewegen moet je een bepaald vermogen (met eenheid wattage) leveren. Onder vermogen verstaan we de hoeveelheid arbeid die je binnen een bepaalde tijd levert. Het vermogen berekenen bij wielrenners is eenvoudiger dan bij lopers. Op de fiets wordt dit gemeten door de hoeveelheid kracht en torsie op de pedalen. Dit wordt vermenigvuldigd met de trapfrequentie en daaruit kan je het vermogen afleiden.
Bij lopers is dit niet zo eenvoudig. De kracht die je als loper op de ondergrond zet kunnen we (nog) niet meten. Vermogensmeters berekenen het vermogen met behulp van enkele niet-directe parameters. Op deze manier krijg je een beeld van de hoeveelheid energie die je hebt moeten leveren om je lichaam op een bepaalde snelheid te verplaatsen. Dit is uiteraard afhankelijk van je lichaamsgewicht en de snelheid die je loopt.
De meest gebruikte vermogensmeter draag je als een footpod op je schoen. In het apparaatje zitten drie accelerometers, die de versnelling van je lichaam meten in drie richtingen. Dit apparaat staat in verbinding met je sporthorloge waar je dan je vermogen (gedrukt in wattage) kunt aflezen. Op deze manier krijg je een accuraat beeld hoeveel energie het jou kost om bij een bepaalde snelheid te lopen.

chuttersnap-Yo8U_qSYx_U-unsplash.jpg

WAAROM LOPEN OP VERMOGEN?

Veel lopers trainen op basis van snelheid, hartslag of gevoel. Parameters die een belangrijke waarde hebben tijdens het lopen en in opbouw naar je sportieve doelstellingen. Maar trainen op vermogen biedt meer voordeel omdat de waarde minder beïnvloed wordt door externe factoren.
Neem als voorbeeld de hartslag. Een waarde die veelvuldig gehanteerd wordt in trainingsschema’s. Op zich is hier niets verkeerd mee. Maar het is een parameter die sterk beïnvloedt wordt door externe factoren;

  • In het geval van koorts zal je hartslag hoger zijn dan anders. Waardoor trainen binnen de juiste zone niet correct gebeurd.

  • Koolhydraatrijk eten voor je loopsessie zorgt voor een daling van je hartslag. Opnieuw zorgt dit voor een niet nauwkeurig beeld van je trainingsintensiteit.

En dan vergeten we nog andere factoren; temperatuur, hoogte, overtraining, stress, slaap,…
De weergave van intensiteit van je training/wedstrijd gebeurt op een onnauwkeurige wijze. Een probleem die je vermogensmeter niet heeft. Aangezien deze externe factoren geen invloed hebben op de wattage tijdens het lopen.

Het vermogen dat je creëert tijdens het lopen is output. Met andere woorden het vertelt ons iets over wat we aan het doen zijn. Hartslag en gevoel zijn input. Deze parameters vertellen ons iets over de inspanning die we moeten leveren om output (vermogen) te creëren. En laat het nu de output zijn die het verschil maakt tussen winnen of verliezen.

Ik hoor je denken; wat met snelheid? Veel lopers trainen op basis van hun geleverde snelheid. Een parameter die ook behoort tot output. En deze kan zeker gehanteerd worden als je vlak loopt. Maar wat met trail running? Je snelheid aanhouden tijdens het stijgen of dalen is niet evident. Laat staan als de ondergrond volledig met modder is bedekt. Snelheid is output, maar vergeleken met snelheid wordt vermogen niet beïnvloedt door bepaald stijgingspercentage of ondergrond.

Kortom snelheid, hartslag en gevoel zijn en blijven belangrijke parameters tijdens het lopen. Maar trainen op basis van je vermogen is relevanter en kwalitatiever. Enkel op deze manier krijg je een accuraat beeld van de intensiteit tijdens het lopen. En gebeurt de voorbereiding richtingen sportieve doelstellingen efficiënter en nauwkeurig.


HOE METEN WE DIT?

Momenteel zijn er tal van producten op de markt die het vermogen meten tijdens het lopen. Denk maar aan de Polar Vantage V, hierbij wordt het vermogen gemeten aan de pols. Of de Running Power Estimator. Maar van alle producten voor handen is de Stryd footpod nog altijd de aan te raden vermogensmeter. Onderzoek toont momenteel aan dat Stryd goed scoort als we het hebben over betrouwbaarheid en validiteit. Iets wat andere vermogensmeters momenteel niet of minder over beschikken. Daarnaast biedt trainen op vermogen ons ook heel wat loopspecifieke biomechanische voordelen op. Eén hiervan is de weergave van de parameter LEG STIFFNESS. Wat dit inhoudt en hoe dit je loopprestaties optimaliseert lees je in één van onze volgende artikels.

LOPEN OP VERMOGEN

Trainen op basis van je vermogen. Wat is het? En Waarom zo je dit willen toepassen? In het wielrennen zijn vermogensmeters algemeen gekend en worden ze al enige tijd gehanteerd.
Ook in de loopsport worden deze meters meer en meer gebruikt. Het is een hulpmiddel die je tal van voordelen oplevert. Het zorgt voor kwalitatievere trainingen, helpt je beter presteren en biedt een correcte analyse van je loopsessie.


WAT IS VERMOGEN?

Om jezelf voort te bewegen moet je een bepaald vermogen (met eenheid wattage) leveren. Onder vermogen verstaan we de hoeveelheid arbeid die je binnen een bepaalde tijd levert. Het vermogen berekenen bij wielrenners is eenvoudiger dan bij lopers. Op de fiets wordt dit gemeten door de hoeveelheid kracht en torsie op de pedalen. Dit wordt vermenigvuldigd met de trapfrequentie en daaruit kan je het vermogen afleiden.
Bij lopers is dit niet zo eenvoudig. De kracht die je als loper op de ondergrond zet kunnen we (nog) niet meten. Vermogensmeters berekenen het vermogen met behulp van enkele niet-directe parameters. Op deze manier krijg je een beeld van de hoeveelheid energie die je hebt moeten leveren om je lichaam op een bepaalde snelheid te verplaatsen. Dit is uiteraard afhankelijk van je lichaamsgewicht en de snelheid die je loopt.
De meest gebruikte vermogensmeter draag je als een footpod op je schoen. In het apparaatje zitten drie accelerometers, die de versnelling van je lichaam meten in drie richtingen. Dit apparaat staat in verbinding met je sporthorloge waar je dan je vermogen (gedrukt in wattage) kunt aflezen. Op deze manier krijg je een accuraat beeld hoeveel energie het jou kost om bij een bepaalde snelheid te lopen.

chuttersnap-Yo8U_qSYx_U-unsplash.jpg

WAAROM LOPEN OP VERMOGEN?

Veel lopers trainen op basis van snelheid, hartslag of gevoel. Parameters die een belangrijke waarde hebben tijdens het lopen en in opbouw naar je sportieve doelstellingen. Maar trainen op vermogen biedt meer voordeel omdat de waarde minder beïnvloed wordt door externe factoren.
Neem als voorbeeld de hartslag. Een waarde die veelvuldig gehanteerd wordt in trainingsschema’s. Op zich is hier niets verkeerd mee. Maar het is een parameter die sterk beïnvloedt wordt door externe factoren;

  • In het geval van koorts zal je hartslag hoger zijn dan anders. Waardoor trainen binnen de juiste zone niet correct gebeurd.

  • Koolhydraatrijk eten voor je loopsessie zorgt voor een daling van je hartslag. Opnieuw zorgt dit voor een niet nauwkeurig beeld van je trainingsintensiteit.

En dan vergeten we nog andere factoren; temperatuur, hoogte, overtraining, stress, slaap,…
De weergave van intensiteit van je training/wedstrijd gebeurt op een onnauwkeurige wijze. Een probleem die je vermogensmeter niet heeft. Aangezien deze externe factoren geen invloed hebben op de wattage tijdens het lopen.

Het vermogen dat je creëert tijdens het lopen is output. Met andere woorden het vertelt ons iets over wat we aan het doen zijn. Hartslag en gevoel zijn input. Deze parameters vertellen ons iets over de inspanning die we moeten leveren om output (vermogen) te creëren. En laat het nu de output zijn die het verschil maakt tussen winnen of verliezen.

Ik hoor je denken; wat met snelheid? Veel lopers trainen op basis van hun geleverde snelheid. Een parameter die ook behoort tot output. En deze kan zeker gehanteerd worden als je vlak loopt. Maar wat met trail running? Je snelheid aanhouden tijdens het stijgen of dalen is niet evident. Laat staan als de ondergrond volledig met modder is bedekt. Snelheid is output, maar vergeleken met snelheid wordt vermogen niet beïnvloedt door bepaald stijgingspercentage of ondergrond.

Kortom snelheid, hartslag en gevoel zijn en blijven belangrijke parameters tijdens het lopen. Maar trainen op basis van je vermogen is relevanter en kwalitatiever. Enkel op deze manier krijg je een accuraat beeld van de intensiteit tijdens het lopen. En gebeurt de voorbereiding richtingen sportieve doelstellingen efficiënter en nauwkeurig.


HOE METEN WE DIT?

Momenteel zijn er tal van producten op de markt die het vermogen meten tijdens het lopen. Denk maar aan de Polar Vantage V, hierbij wordt het vermogen gemeten aan de pols. Of de Running Power Estimator. Maar van alle producten voor handen is de Stryd footpod nog altijd de aan te raden vermogensmeter. Onderzoek toont momenteel aan dat Stryd goed scoort als we het hebben over betrouwbaarheid en validiteit. Iets wat andere vermogensmeters momenteel niet of minder over beschikken. Daarnaast biedt trainen op vermogen ons ook heel wat loopspecifieke biomechanische voordelen op. Eén hiervan is de weergave van de parameter LEG STIFFNESS. Wat dit inhoudt en hoe dit je loopprestaties optimaliseert lees je in één van onze volgende artikels.